Groepsverzekeringen: kleinere kapitalen zijn vaak een vergiftigd geschenk!

(foto: SS)

Het belastingvoordeel bij de aftrek van een groepsverzekering (of IPT) door een vennootschap bedraagt momenteel nog 25%. Voor KMO’s die kunnen genieten van het verlaagde belastingtarief bedraagt het voordeel vaak slechts 20%.

Anderzijds : dit zijn de taksen en belastingen die moeten betaald worden op groepsverzekeringen :

Bij betaling van de premie (éénmalig)

    • 4,4% taks

Bij uitkering van het kapitaal (éénmalig)

    • 3,55% ziekte en invaliditeitsbijdrage (ZIV) op het bruto kapitaal inclusief winstdeelneming
    • 2% solidariteitsbijdrage op het bruto kapitaal inclusief winstdeelneming (0% tot 1% voor de kleinere kapitalen)
    • 10%, 16,5% of 20% belasting op de uitkering nà inhouding van de vorige bijdragen

o Tarief afhankelijk van pensioenleeftijd en loopbaan

o  Wordt nog verhoogd met gemeentebelasting

Bij uitbetaling wettelijk pensioen (levenslang)

    • 3,55% ZIV bijdrage op het bedrag van het wettelijk pensioen :

o  Als het maandelijks pensioen minder bedraagt dan 1.597 Euro (=                                   grensbedrag 2021), maar ingevolge de bijtelling van een fictieve                                     maandelijkse rente berekend op het uitgekeerde kapitaal van de                                     groepsverzekering boven dat grensbedrag uitkomt, wordt er 3,55%                             ZIV bijdrage ingehouden op het bedrag van uw wettelijk pensioen.

    • 0,5% tot 2% solidariteitsbijdrage op het bedrag van het wettelijk pensioen

o  Dezelfde berekening als bij de ZIV-bijdrage maar dan met een                                          grensbedrag vanaf 2.646,33 Euro

Het is vooral de levenslange inhouding van de ZIV-bijdrage op het wettelijk pensioen, die tot gevolg heeft dat kleinere kapitalen volledig worden weg belast. Een werknemer bijvoorbeeld, die recht heeft op een wettelijk pensioen dat net onder het grensbedrag van 1.597 Euro valt, maar vanwege de bijtelling van de fictieve maandelijkse rente van zijn groepsverzekering boven dat grensbedrag uitkomt, zal dus levenslang die 3,55% ZIV bijdrage op zijn wettelijk pensioen moeten betalen. Er zijn gevallen bekend waarbij de gepensioneerde uiteindelijk méér ZIV bijdragen heeft betaald, dan het ontvangen kapitaalbedrag van zijn groepsverzekering.

De berekening van de fictieve rente gebeurt dan ook nog volgens tabellen die volledig verouderd zijn en geen rekening houden met de huidige, lage rentevoeten.

En net die kleinere kapitalen wil de minister van pensioenen nu aanmoedigen. Kapitalen die voor vele werknemers nauwelijks een voordeel opleveren. Het probleem van het wegbelasten van die kapitalen via de inhouding op de wettelijke pensioenen is gekend – er werden al aanzienlijk wat klachten ingediend bij de ombudsdienst van de pensioenen – maar er wordt niets aan gedaan.

De bewering tenslotte dat de overheid steeds meer geld moet toeleggen aan de groepsverzekeringen raakt bijgevolg kant noch wal. Integendeel zelfs : door de daling van de tarieven in de vennootschapsbelasting is het belastingvoordeel voor de premie aftrek gedaald, terwijl de taksen, belastingen en bijdragen onverminderd behouden blijven.

WHAT’S IN A NAME: VERBORGEN VERMOGENSBELASTING IN BELGIE

Het idee van een “vermogensbelasting” ligt weer op de tafel bij de regeringsonderhandelingen.  Blijkbaar is zich niet iedereen bewust van het feit dat dit al lang bestaat in België.  Alleen kent het verschillende benamingen.

We mogen ervan uitgaan dat het grootste deel van het vermogen, dat bij de werkende middenklasse werd opgebouwd, voornamelijk voortkomt uit – reeds zwaar belaste – inkomsten van arbeid.  Een bijkomende vermogensbelasting zou dan zonder meer neerkomen op een bijkomende loonbelasting.

Het is belangrijk om een duidelijk onderscheid maken tussen vermogensbelasting en vermogensinkomstenbelasting : in het eerste geval gaat het over een effectieve aantasting van het vermogen, terwijl bij vermogensinkomstenbelasting de aangroei van het vermogen wordt belast, zoals intresten en meerwaarden.

De hierna besproken taksen en belastingen hebben geen betrekking op effectieve inkomsten, maar kennen hun oorsprong in ofwel het onroerend ofwel het roerend vermogen.  Voor de gewestbelastingen zijn dit de tarieven die in Vlaanderen van toepassing zijn.

Met betrekking tot onroerende goederen

    1. Registratierechten en B.T.W.

Bij de aankoop of bouw van onroerende goederen betaalt u ofwel registratierechten, ofwel B.T.W. ofwel een combinatie van beide.

De registratierechten bedragen 10%, met een verlaagd tarief van 6% voor de enige, eigen gezinswoning (5% voor een bescheiden woning)

Bij de bouw of de aankoop van een nieuwe woning bedraagt het B.T.W. tarief 21% (uitzonderlijk kan dit 6% zijn)

Bij verbouwingen bedraagt het B.T.W. tarief 6% of 21%.

    1. Onroerende voorheffing

Ongeacht of het nu gaat over uw eigen woning of een tweede verblijf dat u niet verhuurt, jaarlijks moet er onroerende voorheffing betaald worden.  Gemiddeld bedraagt deze belasting tussen de 0.2% en 0.3% op de waarde van het gebouw.

    1. Personenbelasting

Op de eigen woning moet geen personenbelasting betaald worden.  Op een tweede verblijf (dat niet verhuurd wordt) betaalt u die wel.  In de hoogste schijf wordt het KI van die woning, na verhoging met 40%, belast aan het hoogste belastingtarief dat voor u van toepassing is.  Dat kan oplopen tot 50% + gemeentetaksen.  Dit betekent een belasting tussen de 0.3% en 0.4% op de waarde van het gebouw.

    1. Erfbelasting (voorheen successierechten)

– tarieven in rechte lijn en tussen partners: van 3% tot 27% (dit tarief is van toepassing op de schijf boven de 250.000 Euro)  – afzonderlijk berekend op de netto waarde van de onroerende goederen.

– tarieven in andere gevallen : van 25% tot 55% (dit tarief is van toepassing op de schijf boven de 75.000 Euro) – berekend op de totale netto waarde van roerend en onroerende goederen samen

    1. Schenkingsrechten

– tarieven In rechte lijn en tussen partners: van 3% tot 27% (dit tarief is van toepassing op de schijf boven de 450.000 Euro)

– tarieven in andere gevallen : van 10% tot 40% (dit tarief is van toepassing op de schijf boven de 450.000 Euro)

 

Met betrekking tot roerende goederen

    1. Taks op de beursverrichtingen

Afhankelijk van de onderliggende transactie: van 0.12% met een maximum van € 1.300 tot 0.35% met een maximum van € 1.600.  Bij de verkoop van kapitalisatiefondsen bedraagt de taks 1,32% met een maximum van € 4.000.

    1. Taksen die indirect ten laste komen van het roerend vermogen

 Abonnementstaks op spaardeposito’s : 0.1929%

–  Taks op netto-inventariswaarde van beleggingsfondsen: 0.0925%

    1. Premietaks levensverzekeringen

Contracten zonder fiscale aftrek: (beleggingsverzekering): 2%.

    1. Wijninckx-bijdrage op “hoog” aanvullend pensioen

Deze bijdrage wordt jaarlijks berekend op de aangroei van de reserves van het aanvullend pensioen (gestorte bedragen + rente), wanneer het wettelijk pensioen in combinatie met het aanvullend pensioen hoger is dan het maximale ambtenarenpensioen.  Tarief : 3%

    1. Erfbelasting (voorheen successierechten)

– tarieven In rechte lijn en tussen partners: van 3% tot 27% (dit tarief is van toepassing op de schijf boven de 250.000 Euro)  – afzonderlijk berekend op de netto waarde van de onroerende goederen.

– tarieven in andere gevallen : van 25% tot 55% (dit tarief is van toepassing op de schijf boven de 75.000 Euro) – berekend op de totale netto waarde van roerend en onroerende goederen samen

    1. Schenkingsrechten

– tarief In rechte lijn en tussen partners: 3%

– tarief in andere gevallen : 7%

 

bron afbeelding: Knack

CARRY-BACK VOOR VERLIEZEN

Ingevolge de wet die op 18/6/2020 werd goedgekeurd, kunnen de bedrijven, zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting, gebruik maken van een nieuwe en éénmalige “carry-back voor verliezen”.

Voor vennootschappen kan de winst van een boekjaar afgesloten tussen 13/3/2019 en 31/12/2020 geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden door middel van dit carry-back systeem.

Voorwaarden:

    • De maatregel mag slechts in één belastbaar tijdperk gebruikt worden (bijvoorbeeld ofwel met betrekking tot het boekjaar dat afsluit op 31/12/2019 ofwel met betrekking tot het boekjaar dat afsluit op 31/12/2020)
    • Het bedrijf mag zich vóór het begin van de Covid-19 pandemie nog niet in moeilijkheden bevinden

Praktisch

    • Het fiscaal resultaat van het belastbare tijdperk dat is afgesloten tussen 13 maart 2019 en 31 december 2020 (naargelang het geval aanslagjaar 2019 of 2020) kan geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden met een maximum van 20 miljoen euro.
    • De vrijstelling moet in de fiscale aangifte worden opgenomen zonder enige boekhoudkundige verwerking. De vrijstelling is dus niet zichtbaar in de boekhouding. Om die reden is deze ‘reserve’ bijgevolg voor vennootschappen ook niet onderworpen aan de zgn. ‘onaantastbaarheidsvoorwaarde’.
    • In de fiscale aangifte van het daaropvolgende boekjaar moet de eerder vrijgestelde reserve teruggenomen worden en wordt dan afgezet tegen de verliezen van dat boekjaar (= lopende of volgende boekjaar).

Voorbeeld

In boekjaar 2019 heeft een vennootschap een belastbaar resultaat van 750.000 Euro.  Ze verwacht voor het boekjaar 2020 een verlies van 250.000 Euro als gevolg van de Corona-crisis.  De vennootschap heeft dan de optie om in de belastingaangifte van het aanslagjaar 2020 (inkomsten 2019) die 250.000 Euro vrij te stellen en wordt dan op slechts 500.000 Euro belast.  Indien er in boekjaar 2020 ook daadwerkelijk een verlies wordt geleden van 250.000 Euro of meer, dan zal de vrijgestelde winst van 2019 hiermee verrekend worden en is er voor het aanslagjaar 2021 (inkomsten 2020) bijgevolg geen belastbare winst.  Alleen het gedeelte van het verlies dat méér zou bedragen dan 250.000 Euro kan dan nog overgedragen worden naar het volgende boekjaar.

Sanctie

Indien de vrijgestelde winst in het eerste boekjaar meer dan 10% bedraagt van het effectieve verlies van het tweede boekjaar, zal een afzonderlijke bijkomende aanslag verschuldigd zijn. Het percentage van deze sanctie zal fluctueren in functie van de overschrijding van de 10% grens, met een maximum van 20% van het ten onrechte genoten belastingvoordeel.

Uitsluitingen

    • Vennootschappen die tussen 12 maart 2020 en de indieningsdatum van de aangifte m.b.t. het aanslagjaar 2021 dividenden uitkeren, eigen aandelen inkopen en/of kapitaalverminderingen doorvoeren
    • Vennootschappen die tussen 12 maart 2020 en de indieningsdatum van de aangifte m.b.t. het aanslagjaar 2021 aandelen aanhouden in een vennootschap gevestigd in een belastingparadijs.
    • Vennootschappen die onderworpen zijn aan een bijzonder fiscaal regime.

Auteursrechten image: deimosz

Welk percentage van uw autokosten kan u in 2020 nog in aftrek brengen?

REGELS TOT EN MET 2019

    • In de vennootschapsbelasting kon tot en met 2019 de aftrekbaarheid bepaald worden op basis van de CO2 uitstoot. Op basis van een eenvoudige tabel kon dat aftrekpercentage gemakkelijk bepaald worden.
    • In de personenbelasting bleef vanaf 1/1/2018 de oude aftrek van 75% van toepassing voor personenwagens aangekocht vóór 1/1/2018, tenzij er geopteerd werd voor de regeling van de vennootschapsbelasting indien die voordeliger zou zijn. Voor wagens aangekocht vanaf 1/1/2018 werd de aftrek sowieso gelijklopend met die van de vennootschapsbelasting.

CO2-uitstoot diesel              CO2-uitstoot benzine             Aftrek%

>0 – 60g                                        >0 – 60g                                        100%

>60 – 105g                                   >60 – 105g                                   90%

>105 – 115g                                  >105 – 125g                                  80%

>115 – 145g                                  >125 – 155g                                  75%

>145 – 170g                                 >155 – 180g                                  70%

>170 – 195g                                 >180 – 205g                                 60%

>195g                                              >205g                                              50%

 

    • Elektrische wagens : 120% aftrek (100% aftrek + 20% aanleg vrijgestelde reserve)

 

NIEUWE REGELS VANAF 2020

Zowel in de personenbelasting als de vennootschapsbelasting zijn vanaf 2020 nieuwe regels van toepassing.  Het aftrekpercentage zal dan als volgt bepaald worden :

    • Algemene formule : 120% – (0,5% x CO2-uitstoot x coëfficiënt brandstoftype)
      1. maximale aftrek : 100%
      2. minimale aftrek : 50%
      3. uitzondering : CO2-uitstoot is groter dan 200gr/km : 40% aftrek
    • Coëfficiënt brandstoftype:
      1. diesel: 1
      2. benzine + aardgas (> 11 fiscale PK) : 0.95
      3. aardgas : 0,90 (< 12 fiscale PK)

 UITZONDERING : in de personenbelasting kan een éénmanszaak voor een personenwagen die aangekocht werd vóór 01/01/2018 nog steeds de ‘oude’ aftrek van 75% toepassen.

 

VERGELIJKING AFTREK 2019-2020

 

 “FAKE” HYBRIDE WAGENS

Fake hybride wagens:  plug-in hybride met een batterij < 0,50 kWh/100 kg OF met een CO2-uitstoot > 50gr/km

    • CO2 uitstoot van bestaande niet-hybride tegenhanger met dezelfde brandstof is van toepassing
    • geen niet-hybride tegenhanger : CO2-uitstoot x 2,5

Voorbeeld :

Plug-hybride (benzine) aangekocht in de loop van 2018

    • Batterij > 0,50 kWh/100 kg – CO2 uitstoot = 55 gr/km
    • CO2-uitstoot niet-hybride tegenhanger (benzine) = 112gr/km
      1. aftrek in 2018 en 2019 : 100%
      2. aftrek in 2020 : 66,8%

Plug-hybride (benzine) aangekocht in de loop van 2018

    • Batterij < 0,50 kWh/100 kg – CO2-uitstoot = 30 gr/km
    • Er is geen niet-hybride tegenhanger – CO2-uitstoot = 30 x 2,5 = 75 gr
      1. aftrek in 2018 en 2019 : 100%
      2. aftrek in 2020 : 84,375%

UITZONDERING :  plug-in hybride werd aangekocht vóór 1/1/2018 – “eigen” CO2-uitstoot blijft van toepassing

 

WAGENS INGESCHREVEN SEDERT 1 OKTOBER 2018

Vanaf 1 september 2018 moeten alle nieuwe auto’s die ingeschreven worden, een strengere emissie-, verbruiks- en CO2-test ondergaan. De nieuwe WLTP-test (Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure), vervangt de bestaande NEDC-test (New European Driving Cycle).  Gemiddeld bedraagt de verhoging van de CO2-waarde voor de WLTP-wagens 30 gr/km.

Deze verhoging heeft zowel een invloed op de aftrekbaarheid van de autokosten als op de berekening van het voordeel in natura voor het privé gebruik van de wagen.

Tot 31/12/2020 zal op federaal niveau de NEDC-waarde in gebruik blijven.  Vanaf 2021 zal er zonder twijfel een WLTP-autofiscaliteit ingevoerd worden.  Dat betekent dus een verdere verlaging van de fiscale aftrekbaarheid en een hoger voordeel in natura.

Bron foto cartoon: De Standaard.

EEN FACELIFT VOOR JE VENNOOTSCHAP EN FINANCIËLE PLANNING

NIEUWE WETTEN – NIEUWE OPPORTUNITEITEN !!

Uiterlijk op 31 december 2023 moeten de statuten van elke vennootschap aangepast worden aan de nieuwe wetgeving.

Heb je al nagedacht over de inhoud van de nieuwe statuten?

Kies je voor een “OPT-IN”, “OPT-OUT” of een  “FORCED-IN” ?

    • Kies je voor een N.V., een B.V. of nog een andere vennootschapsvorm?
    • Bij de B.V. en de C.V. verdwijnt het “kapitaal”-concept, kan je dat kapitaal nu ook terug uit je vennootschap halen?
    • De dwingende regel “één aandeel, één stem” verdwijnt eveneens, hoe ga je gebruik maken van die vrijheid?
    • Voldoet je raad van bestuur nog aan de wettelijke eisen vanaf 1/1/2020?
    • ….

Maak je van de gelegenheid ook gebruik om je persoonlijke financiële planning bij dit proces te betrekken? Want ook het erfrecht werd vernieuwd. Vaak kom je er te laat achter dat je jouw dromen of doelen niet hebt nageleefd:

    • Hebt je al een roadmap van je financiële plaatje: waar sta je, waar wil je heen en waar niet?
    • Wil je eerder stoppen met werken, dat vakantiehuis in Toscane of gewoon een goed pensioen?
    • Hoe optimaliseer je een successieregeling, met het behoud van je levensstandaard?
    • …..

Op 3 december 2019 organiseren we samen met onze collega’s van METRIS FINANCIAL PROFESSIONALS een ontbijtseminar voor onze klanten.

Geen klant en toch geïnteresseerd?

    • Vul hieronder het contactformulier in als u graag de presentatie wenst te ontvangen of voor een aanvraag tot deelname aan het seminar.

bron afbeelding: impact.

    Making global business personal, and taking personal business global.

    Met deze visie wil INAA grensoverschrijdende handel en diensten te bevorderen.

    INAA staat voor “International Association of Independent Accounting firms”. De leden zijn allemaal onafhankelijke kantoren van accountants, belastingconsulenten en/of revisoren.  Een belangrijke vereiste tot toetreding is de garantie tot het afleveren van kwalitatieve, professionele diensten .

    Momenteel maken 680 professionals van meer dan 140 kantoren met meer dan 3900 medewerkers deel uit van dit netwerk,  ze zijn verspreid over meer dan 50 landen in 5 continenten.   Sedert begin 2019 maakt @TheOffice deel uit van dit netwerk en vorige week namen we voor de eerste keer deel aan het tussentijds ledencongres van INAA in Barcelona.  Daar hebben we reeds kennis kunnen maken met collega’s uit 27 landen.

    Via dit netwerk kunnen we onze klanten helpen bij hun buitenlandse activiteiten en bij het opzetten van buitenlandse vestigingen.  In bijna elk Europees land kunnen wij een consultant raadplegen inzake vennootschapsrecht, fiscaliteit, loonadministratie en accountancy.   In de omgekeerde richting kunnen onze buitenlandse collega’s op ons beroep doen voor advies met betrekking tot handel en dienstverlening in België.

    @TheOffice als eerste Vlaamse accountantskantoor geaccepteerd door de INAA groep.

    Na een positieve evaluatie van onze interne organisatie en professionele kwaliteiten is ons lidmaatschap van de INAA groep een feit.

    INAA staat voor “International Association of Independent Accounting Firms”.   Het is een internationaal netwerk van erkende accountants, revisoren en belastingconsulenten, verspreid over meer dan 50 landen in 6 werelddelen.

    Ieder land heeft zijn eigen lokale reglementering, fiscaliteit en gebruiken. Vanaf nu kunnen wij via dit netwerk gespecialiseerde bijstand en advies geven aan Belgische KMO’s die dochtervennootschappen of filialen in het buitenland willen oprichten en onze klanten  nog beter helpen bij hun internationale activiteiten.

    Nog gauw een nieuwe auto in december? Opgepast met renting!

    Voor uw vennootschap was 2018 een fantastisch jaar. U stevent af op een fikse winst.  De fiscale prognose bevalt u wat minder.  Dan besteedt u dat geld toch liever aan een mooie, nieuwe auto.

    Nog gauw een renting contract afsluiten met betaling van een eerste verhoogde huur in december kan echter geen redding meer bieden om de belasting alsnog te verminderen.  Vanaf aanslagjaar 2019 moeten vooruitbetaalde kosten in de vennootschapsbelasting gespreid worden over de periode waarop de kosten betrekking hebben.

    Een KMO vennootschap kan in 2018 nog wel een volledige jaarafschrijving boeken bij de aankoop van een auto in december.  Een financiële lease of een aankoop met gewone financiering is in dit geval dus fiscaal interessanter.

    Maar ook deze mogelijkheid wordt vanaf 2020 de pas afgesneden.  Vanaf dan moeten alle vennootschappen hun investeringen pro rata afschrijven.

    Zet dus die nieuwe wagen op de meest fiscaalvriendelijke manier onder de boom!

    Prettige eindejaarsfeesten!

    Het eindejaar is in zicht: optimaliseer de fiscale aftrek van geschenken en feestjes!

    Geschenken aan personeel

    Voorwaarden voor BTW recuperatie:

  • het gaat om een collectieve actie voor alle personeelsleden
  • grensbedrag : maximum € 49,99 exclusief B.T.W. per werknemer per jaar, eventueel nog verhoogd worden € 49,99 per kind (bij sinterklaasgeschenken bv.)
  • Tijdstip is niet van belang.

  • Voorwaarden voor fiscale aftrek:

    • Voor de werkgever : de aankoopprijs mag niet meer bedragen dan €       35 exclusief btw per jaar en per werknemer, te verhogen met € 35           exclusief btw per jaar voor elk kind
    • Voor de werknemers : vrijgesteld sociaal voordeel zolang de                        waarde van het geschenk minder bedraagt dan € 50.
    • Tijdstip: de geschenken mogen alleen uitgedeeld worden naar aanleiding van een specifieke collectieve gebeurtenis zoals          Sinterklaas, Kerstmis en Nieuwjaar.


    Personeelsfeest

    Voorwaarden voor BTW recuperatie:

  • Alle personeelsleden moeten uitgenodigd zijn
  • Geen BTW recuperatie op kosten van traiteur, restaurant
  • BTW is wel aftrekbaar op de andere kosten van het   personeelsfeest   zoals de huur van de zaal, een springkasteel, een dj, geluids- en lichtinstallatie, enz.
  • Tijdstip is niet van belang

  • Voorwaarden voor fiscale aftrek:

  • Alle personeelsleden moeten uitgenodigd zijn
  • Tijdstip : het feest vindt plaats naar aanleiding van Sinterklaas, Kerstmis of Nieuwjaar of een andere patroonheilige uit de sector of regio
  • Slechts één feest per jaar waarvan de kosten fiscaal aftrekbaar zijn.






  • bron afbeelding: art-unit.nl

    Big brother wordt nog bigger

    Onze wetgever heeft in uitvoering van de Europese richtlijn 2015/849 het UBO-Register opgericht. UBO staat voor “Ultimate Benificial Owner” , een moeilijk woord waarmee eigenlijk de fysieke eigenaars van ondernemingen en juridische constructies bedoeld worden.

    Elke vennootschap, vzw, stichting, maatschap, trust en fiducie (die worden de informatieplichtigen genoemd) moet de informatie over haar UBO’s over maken aan het UBO register bij de Federale Overheidsdienst Financiën.  Dit gaat dan onder andere over :

    • Naam en voornaam
    • Geboortedatum
    • Nationaliteit (en)
    • check
      Volledig verblijfadres
    • check
      Datum waarop hij UBO geworden is
    • check
      Identificatienummer van het rijksregisternummer
    • check
      Welk soort van UBO hij is

    De wet treedt in werking op 31/10/2018 en vanaf het ogenblik dat de applicatie online is kunnen de gegevens ingebracht worden.  Elk jaar moeten de informatieplichten bevestigen dat de informatie nog juist is. Verandert er iets aan deze gegevens dan moet het UBO-register binnen de 30 dagen bijgewerkt worden.

    De toegang tot deze gegevens is in overeenstemming met de verwerking  van persoonsgegevens. Het register is toegankelijk voor de autoriteiten, bankiers, notarissen, accountants en advocaten in het kader van de anti witwas wetgeving. Burgers met een aangetoond belang  kunnen raadplegen en iedereen kan controleren welke info op zijn/haar naam in de applicatie werd ingebracht. Het is op dit moment nog niet duidelijk welke raadplegingen betalend zijn en welke niet.

    De bestuurder/zaakvoerder van de onderneming kan een accountant of een belastingadviseur aanstellen om deze taak uit te voeren. Van zodra de applicatie online staat, laten we nog weten hoe we U hiermee kunnen helpen.

    Bron afbeelding: © 2012-2018 eVenture Ltd.